Een landschap gevormd door wind en water
Sta op een rustige ochtend aan de rand van een Oisterwijks ven en je begrijpt waarom Brabanders dit de Parel in het Groen noemen. Het water is donker, doortrokken van veen, spiegelglad tussen de dennen. Een fuut duikt onder. Een reiger gaat verderop op uit het riet. Geen geluid behalve wind in de kronen.
De Oisterwijkse Bossen en Vennen is een van de oudste beschermde natuurgebieden van Nederland. Natuurmonumenten beheert het sinds 1913 — een van de eerste stukken die de vereniging ooit aankocht. Ruim een eeuw later is dat lange beschermregime de reden dat het gebied nog samenhangend aanvoelt: een werkend ecosysteem in plaats van een groen eiland tussen de akkers.
De vennen zijn de hoofdrol. Het zijn er ongeveer tachtig in het wijdere gebied, het merendeel ontstaan toen zuidwestenwinden eeuwen geleden zand uit ondiepe laagtes bliezen. Het water boven is doorlatend, de laag eronder niet. Regen vulde wat de wind uitsleep. Het Kolkven is de uitzondering — uitgesleten door de kolkende stroming van een vroegere rivier. Elk ven heeft een eigen sfeer.
"De meeste vennen zijn zo'n tweeduizend jaar oud. Die in Oisterwijk horen bij de oudste van hun soort."
Hoe het bos hier kwam
De bossen zien er oeroud uit, maar zijn dat meestal niet. Het grootste deel werd in de negentiende eeuw aangeplant, vooral grove den. De reden was industrieel: leer. De Oisterwijkse leerlooiers hadden eikenschors nodig vanwege de looistof; zomereik werd in coppice-stand gekweekt, na zo'n vijftien jaar geschild, en gemalen bij de Kerkhovense Molen, een runmolen die nog steeds staat. De dennenaanplant kwam later, mede om stuifzand vast te leggen.
Wandel een willekeurig pad en je leest die geschiedenis in de bomen: rechte rijen den, plotseling een hakhouteik met drie stammen op één stronk, een open plek waar varens een vroegere looikwekerij hebben heroverd. Het bos vormt zich al meer dan honderd jaar opnieuw, en Natuurmonumenten laat dat bewust gebeuren — inheems loofhout krijgt ruimte tussen de naaldbomen, heide herstelt waar de grond mager is.
Wat je hier vindt
Voor wandelaars ligt er een netwerk van bewegwijzerde routes, van korte rondjes tot lange expedities. De signatuurroute is de 14-Vennenroute — een twaalf kilometer lange lus met blauwe palen die geregeld tot favoriete wandeling van Nederland wordt verkozen. Kortere familieroutes vertrekken vanaf elk van de vier Natuurpoorten.
Voor fietsers is het al even goed. Het vlakke, vergevende terrein en de schaduwrijke bospaden maken dit prachtige fietsstreek; het natuurgebied ligt midden in een veel groter knooppuntennet dat samen met Kampina en de Loonse en Drunense Duinen één groen lappendeken vormt. Zie onze fietsroutes.
In de zomer is het Staalbergven open voor zwemmers — een natuurlijk ven met zandige instap waar generaties Brabantse kinderen het frisse genoegen van zoetwaterbaden hebben leren kennen.
Seizoenen in het gebied
Het gebied verandert sterk over het jaar. De lente brengt koekoeken en de eerste libellen; de heide bloeit eind mei. De zomer is voor het zwemven en lange terrasavonden bij Boshuis Venkraai en Groot Speijck. De herfst kleurt lariks en berk koper, en brengt de bronst — herten zijn dan soms in de schemering te horen. De winter is het stille seizoen, met rijp op de hei en ijs aan de venrand — voor wie weet hoe te wandelen, het meest atmosferisch van het hele jaar.
Respectvol wandelen
- Blijf op de gemarkeerde paden. Off-trail schaadt heide en verstoort grondbroedende vogels.
- Honden altijd aangelijnd. Ook rustige honden kunnen herten doen schrikken.
- Niet zwemmen behalve in Staalbergven.
- Neem alles mee terug, ook hondenpoepzakken.
- Drones zijn niet toegestaan in het natuurgebied.
Het gebied is jaarrond geopend en gratis te betreden. Leden van Natuurmonumenten parkeren gratis bij de Natuurpoorten; niet-leden betalen een kleine dagprijs.